Melding

Dit multimediaverhaal bevat video- en geluidsfragmenten. Zet het geluid aan.

Gebruik het muiswiel of de pijltjestoetsen om tussen pagina's te navigeren.

Swipe om tussen pagina's te navigeren.

Hier gaan we

Een vreemd land, een nieuw leven

Logo https://jouzw.pageflow.io/een-vreemd-land-een-nieuw-leven

Een vreemd land, een nieuw leven

Ik kan het me nog goed herinneren. Ik zag de eerste beelden van de enorme vluchtelingenstromen, en het maakte gelijk heel veel indruk op me. Met name de beelden van de vrouwelijke vluchtelingen ontroerden me, misschien wel omdat ik zelf vrouw ben.  

Volgens het CBS vroegen er tussen 2015 en 2017 maar liefst 24.660 Syriërs asiel aan in Nederland. 6210 hiervan waren vrouw (CBS, 2018). Vrouwelijke vluchtelingen zijn duidelijk in de minderheid. Ik heb veel vragen over deze groep. Hoe zou het nu met ze zijn? Voelen zij zich thuis in Nederland? Lukt het hen om te integreren? Ik ging op onderzoek en kwam er al snel achter dat vooral de Syrische vrouwen het moeilijk hebben. In de volgende artikelen en video’s vertel ik waarom.  

Ik ging in gesprek met Suzanne Gelder (Buddyproject Arnhem), Eveline Kokke en Nynke Blom (Vluchtelingenwerk Oost Nederland), Marjon Loor (casemanager bij VIP18, een project om vluchtelingen te begeleiden naar werk), Susan van Ommen (D66 Arnhem) en Chantal Egbring (coördinator Kernteam Statushouders Gemeente Arnhem). Alle gesprekspartners hebben veel te maken met vluchtelingen, ieder op een eigen manier. Zij vertellen vanuit hun eigen ervaringen en perspectief over wat zij tegenkomen op de werkvloer.  

Ook ging ik in gesprek met 3 vluchtelingen die bezig zijn met integreren: Kafit, Hamda, en Randa. Zij vertellen hun verhaal vanuit hun persoonlijke ervaring. Terwijl het de een al redelijk is gelukt om te integreren, is de ander nog zoekende.

Naar boven

Volledig scherm
Al ruim acht jaar zijn de burgers in Syrië hun leven niet zeker. Het is een land in oorlog. Veel Syriërs moesten daarom noodgedwongen vluchten. Syriërs gingen alle kanten uit, op zoek naar veiligheid. Een deel van deze vluchtelingen kwam naar Nederland. Volgens cijfers van het CBS vroegen er tussen 2015 en 2017 maar liefst 24.660 Syriërs asiel aan in Nederland. 6210 hiervan waren vrouw (CBS, 2018). Vrouwelijke vluchtelingen zijn duidelijk in de minderheid. Nederland is voor hen een vreemd land, maar toch lag er de taak om te integreren. Hoe gaat het nu met deze vrouwen? Waar lopen zij tegenaan?  

Op 1 juni 2018 verscheen het rapport ‘Syriërs in Nederland’ van Het Sociaal Cultureel Planbureau. Het is een onderzoek naar de integratie van Syrische vluchtelingen. Het rapport geeft een beeld van de Syrische statushouders die de afgelopen jaren in Nederland zijn komen wonen. Uit dit onderzoek blijkt dat Syriërs nog aan het begin van hun integratie zijn.  

Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van meerdere vaststellingen. Enkele punten uit het rapport:
-       Driekwart van degenen die over land vluchtten is onderweg slachtoffer geworden van onder andere mishandeling, afpersing of schipbreuk.
-       Veel Syriërs hebben moeite met de Nederlandse taal, maar volgen wel een cursus. Nog bijna niemand heeft een Nederlands onderwijsdiploma gehaald.
-       Een grote groep kampt met psychische problemen. Een groot deel (41%) kan als psychisch ongezond worden aangemerkt.
-       De bijstandsafhankelijkheid onder Syriërs is erg groot, maar liefst 90% is bijstandsafhankelijk. 12% heeft betaald werk, ze werken in lagere functies met een tijdelijk dienstverband.
Ondanks de trauma’s en de bijstandsafhankelijkheid voelt bijna 80% van de onderzochte Syrische vluchtelingen zich hier wel thuis (SCP, 2018).  

Syrische vluchtelingen zijn na een aantal jaar in Nederland dus nog druk bezig met integreren. Zij hebben veel moeite met dit proces en het lukt velen niet hun plekje te vinden in deze maatschappij. Vrouwen hebben naast bovenstaande conclusies nog meer problemen waar zij tegenaan lopen. De cultuur van Syrië verschilt enorm met de Nederlandse cultuur. Veel vrouwelijke vluchtelingen hebben moeite om gewoontes opzij te zetten. Naast de vrouwen hebben ook de mannen moeite met wat er van hun vrouw wordt verwacht nu zij in Nederland een bestaan op proberen te bouwen.
Sluiten
Naar boven
"Vrouwelijke vluchtelingen staan onder de man. Hier in Nederland is het moeilijk om in contact te komen met anderen. Je leert de taal wel, maar niet zoals die op straat wordt gesproken. Vrouwen hebben nog geen netwerk hier en contact leggen, ook met elkaar, is erg moeilijk."
Naar boven

Cultuur en arbeidspositie

Volledig scherm
De Syrische cultuur verschilt enorm met de cultuur van Nederland. Een cultuurverschil is bijvoorbeeld al dat het in Arabische landen traditie is dat de vrouw thuis voor de kinderen zorgt en de man werkt. “Veel Syrische vrouwen werkten al in Syrië. De traditierol is daar al minder in stand, maar vooral vluchtelingen van het platteland werkten nog niet”, zegt Nynke Blom, participatiecoach bij Vluchtelingenwerk Oost Nederland. De traditierol verandert dus, maar toch zijn er veel gezinnen die zich nog wel aan deze traditierol houden. Mannen zijn belangrijk in het gezin, en dan niet alleen de vader, maar ook de zonen. Mannen leiden, vrouwen volgen.    

Eenmaal in Nederland is het wennen voor zowel de vrouw als de man. De vrouw is gewend te luisteren naar haar man, maar hier in Nederland wordt er veel meer verwacht van iemand. “Vrouwen mogen in Nederland een eigen mening hebben. Dit zijn zij vanuit de traditierol niet gewend”, zegt Suzanne Gelder, werkzaam bij Buddyproject Arnhem. Het is zaak deze mening te ontdekken en erachter te komen waar bijvoorbeeld de interesses liggen.  

Eveline Kokke van Vluchtelingenwerk Oost Nederland: “Ook de man heeft moeite met wat er van zijn vrouw wordt verwacht en ziet ineens dat zijn echtgenote zich ontpopt.” Eveline ziet zelfs dat er veel echtscheidingen voorkomen naarmate een gezin langer in Nederland is. “Dit land is voor veel niet naar keuze. Het gaat vaak om gezinshereniging. Omdat gezinnen lang gescheiden geweest zijn en vrouwen dus al op zichzelf aangewezen waren denken zij ‘ik kan het zelf ook wel’.”  

Daarnaast wordt hier in Nederland ook verwacht dat vrouwen werken, iets wat een grote groep niet gewend is. Gelder: “Sommige vrouwelijke vluchtelingen waar ik mee spreek gaan inderdaad aan het werk en gaan er helemaal voor. Anderen isoleren zich juist, omdat de man aan het werk is en ze de tradities handhaven. Deze vrouwen zijn moeilijk te bereiken.” De man speelt hier toch ook een grote rol volgens Chantal Egbring, Coördinator Kernteam Statushouders Gemeente Arnhem: “Vrouwen doen het huishouden, zorgen voor de kinderen en zijn bezig met een inburgeringscursus. De vrouw is al heel erg druk, wanneer wij van de vrouw vragen om te werken, zal een man taken in het huishouden niet snel overnemen.”
   
Naast de rol van de man zijn vrouwen zelf vaak erg bang en onzeker. Ze zijn de taal niet machtig en kunnen daardoor moeilijk communiceren. Deze vrouwen blijven veilig thuis en komen soms de deur amper uit. Naar de supermarkt gaan kan al een te grote opgave zijn. Het integratieproces wordt daarmee erg bemoeilijkt. Randa, vluchteling uit Syrië, ziet het om haar heen ook. “Er wordt van allerlei kanten aan je getrokken. Je hebt het idee dat iedereen iets van je wil. Dit is soms moeilijk te begrijpen als je de taal niet spreekt. De onzekerheid krijgt dan de overhand.”  

Vrouwen hebben moeite met de Nederlandse gewoontes, de taal en zijn erg onzeker. Daarnaast is er soms dus ook weinig ruimte binnen het huwelijk. “Maar”, zegt Egbring, “ik denk dat niet dat er sprake is van een enorme cultuurshock, want er zijn zeker raakvlakken. Naast de cultuurverschillen speelt er nog veel meer. Als het stof eenmaal is neergedaald en de huisvesting en uitkering lopen, dan komt de stress ineens naar boven. Het besef ontworteld te zijn en alles opnieuw te moeten leren komt hard binnen. Zorgen om familie in Syrië, waardoor slaapproblemen optreden met alle gevolgen van dien. Er is veel geduld en inlevingsvermogen nodig voor deze groep. Het is een hele klus.”
Sluiten
Naar boven
Werken kan bijdragen aan het integratieproces, want naast de taal leer je ook de Nederlandse gewoontes. En toch zit een grote groep vrouwelijke vluchtelingen thuis. Er zijn een aantal oorzaken besproken, maar er ligt ook een taak bij instanties en gemeentes.  

Marjon Loor is casemanager bij VIP18, een project om vluchtelingen te begeleiden naar werk, Susan van Ommen vertegenwoordigt D66 Arnhem en Chantal Egbring is Coördinator Kernteam Statushouders Gemeente Arnhem. Zij vertellen over hun ervaringen en gaan in op het onderzoek “Mind the Gap”.


Naar boven

Volledig scherm
Gemeentes focussen zich meer op de man als het gaat om werk, blijkt uit onderzoek van Kenniscentrum Integratie en Samenleving van juni 2018. Vrouwelijke vluchtelingen hebben hierdoor een slechtere positie op de arbeidsmarkt. Terwijl werken bij kan dragen aan het integratieproces, zitten vooral veel vrouwelijke vluchtelingen dus thuis. Deze groep is vaak moeilijk in beeld te krijgen en nog moeilijker te bereiken.  

In het rapport worden interne en externe oorzaken genoemd voor de slechtere arbeidspositie van vrouwelijke vluchtelingen. De focus van gemeentes is een externe oorzaak van het probleem. Doordat de mannen vaak langer in Nederland zijn, spreken zij de taal beter en zijn zij de meest kansrijke groep. De meeste kansrijke groep is beter te bereiken en goed in beeld te krijgen.  

“Er zou geen onderscheid moeten zijn, maar realistisch gezien denk ik dat die er wel is”, zegt Susan van Ommen, raadslid van D66 gemeente Arnhem. Volgens Chantal Egbring is er in Arnhem geen sprake van een andere focus, maar is de afstand tot de arbeidsmarkt veel groter bij vrouwen en duurt het daardoor langer om hen aan het werk te krijgen. “Werken is voor vrouwen niet zo vanzelfsprekend als voor hun echtgenoot. De lange adem die je bij de mannen moet hebben is nog langer bij de vrouwen. Het is een groep waarin geïnvesteerd zou moeten worden. Ik kan niet zeggen dat wij als gemeente de vrouw links laten liggen. De afstand tot de arbeidsmarkt is nog vele malen groter dan de man, daar hebben wij als gemeente mee te dealen.”  

Marjon Loor is casemanager bij het project Vluchtelingen Investeren en Participeren (VIP18), zij merkt wel dat de focus naar de mannelijke statushouder gaat. “Wanneer de vrouw in Nederland komt is de man vaak al voorzien van een baan. De gemeente wil dat de vrouw eerst Nederlands gaat leren en verliest hierdoor de groep uit het oog. Er wordt minder tijd en moeite in deze groep gestoken.” Een vrouw moet brutaal genoeg zijn en zelf het initiatief nemen. “Maar,”, zegt Loor, “je kunt dit niet van vluchtelingen verwachten.” Egbring ziet juist de kwetsbaarheid van deze groep en werkt er hard aan hen niet uit het oog te verliezen. “Ons beleid is dat de vrouwen bijvoorbeeld ook zo snel mogelijk een taalstage lopen. Mannen hebben dit al gehad en hebben een voorsprong.”  

De cultuurverschillen en traditierollen worden gezien als interne oorzaken van de slechtere arbeidspositie. Vrouwen zorgen voor de kinderen en doen het huishouden, mannen werken en verdienen het geld. Dit zijn zij vanuit de cultuur gewend. Chantal Egbring probeert bij de vluchtelingen door te dringen door continu zaadjes te zaaien tijdens de persoonlijke gesprekken. “Het is belangrijk continu te benoemen dat de vrouw ook aan het werk moet.” Een cultuur ontwikkelt zich, vroeger was het in Nederland ook niet vanzelfsprekend dat de vrouw werkte. “Ik probeer zowel de vrouw als de man mee te nemen in het ontwikkelingsproces, maar hier is veel maatwerk voor nodig.” De verantwoordelijkheid ligt volgens Egbring niet alleen bij de vrouw, maar net zo goed bij de man.
Sluiten
Naar boven
"Als je niks met deze groep doet, hen niet in beeld hebt, integreren zij minder goed."
Naar boven

Video's

In de volgende video’s vertellen Kafit, Hamda, en Randa hun verhaal vanuit hun eigen ervaring, zij zijn zelf vluchteling en zijn bezig met integreren. Terwijl het de een al redelijk is gelukt, is de ander nog zoekende.

Nynke Blom is Participatiecoach bij Vluchtelingenwerk Oost-Nederland, zij vertelt wat zij tegenkomt op de werkvloer.

Naar boven
Sluiten
Naar boven
Sluiten


Naar boven
Sluiten

Naar boven
Sluiten


Naar boven

Een veilig en welvarend land zoals het onze trekt vluchtelingen aan. In de afgelopen jaren was de stroom vluchtelingen groot en lag het accent op tijdelijke opvang en toekennen van de juiste status voor elke vluchteling. De stroom nieuwe vluchtelingen is kleiner geworden, en veel vluchtelingen bouwen nu een blijvend bestaan op in de Nederlands maatschappij. De focus van deze vluchtelingen en de mensen en instanties die hen begeleiden verschuift van ‘toegang krijgen tot Nederland’ naar ‘je hier thuis voelen’; van veiligheid en onderdak naar gelukkig zijn en je van betekenis voelen. Mannelijke vluchtelingen zijn in deze integratie verder dan vrouwelijke vluchtelingen.

Er zijn initiatieven, zowel vanuit vluchtelingen zelf als vanuit organisaties die zich bezighouden met hun integratie. Veel van deze initiatieven richten zich op het verkijgen van werk en daarmee vooral op de mannen. Andere initiatieven zijn algemener, en richten zich net zoveel op mannen als op vrouwen. Er lijkt nog ruimte te zijn voor initiatieven die zich meer op vrouwen richten en misschien minder op alleen het verkrijgen van werk.

Integratie is het meest succesvol als een vluchteling niet afwacht, maar initiatief neemt. Hamda laat dat zien voor zichzelf, en Randa en haar man Samer zijn daar met Hand in Hand nog verder in gegaan. Hand in Hand is een plaats om elkaar te ontmoeten en misschien een beetje thuis te komen, gestart door vluchtelingen en niet per se gericht op het verkrijgen van werk. Daarmee kan een initiatief als Hand in Hand een voorbeeld zijn voor andere initiatieven die zich richten op de integratie van vrouwelijke vluchtelingen.
Naar boven

Naar boven
Scroll om door te gaan Swipe to continue
Swipe om door te gaan